Peter de Grote reist in 1697 incognito naar Nederland om in Zaandam als gewone arbeider scheepsbouw te leren. Hij wil zijn geïsoleerde, arme Rusland moderniseren via scheepvaart en handel. Twintig jaar later keert hij terug, inmiddels een machtige tsaar die Sint-Petersburg heeft gesticht, oorlogen heeft gevoerd en een vloot heeft opgebouwd. Toch blijkt zijn privéleven getekend door verraad van zijn zoon en een groeiend wantrouwen.